Mijn mama en mijn papa
die hielden van elkaar.
Ze lagen wat te vrijen.
Niemand vond het raar.
En toen werd m’n mama dik.
En toen kwam ik.

Frank Cools deelt het podium met z’n zoon Leonard. Of is het Leonard die het podium deelt met z’n vader?

Jaja, die kleine is ondertussen echt wel de grootste geworden. En die kleine, die kan er wat van! Het tekenpotlood hanteert hij als de beste. Hij swingt op snaren en toetsen, walst op accordeon, kreunt op melodica en mondharmonica, drumt op trom en kartonnen doos. En al die dingen kan hij wonderwel combineren in ‘JAPAPA’, een voorstelling waarin niet alleen veel te horen, maar ook veel te zien is.

Een zoon en een vader dus. Een papa. Een papa tegen wie je vaak ‘japapa’ zegt. Veel te vaak. En hoe daaruit heerlijke liedjes ontstaan:

kom-hier-liedjes
neen-liedjes
mama-moet-komen-liedjes
stel-niet-zoveel-vragen-liedjes
zwijg-liedjes
ik-zie-je-toch-wel-een-beetje-graag-liedjes
eigenlijk-zie-ik-je-toch-wel-bijzonder-graag-liedjes

zang en spel: Frank Cools
potloden, toetsen, snaren en andere: Leonard Cools
advies: Ineke Nijssen